ECLI:NL:RBDHA:2021:16837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. Tijdens de procedure werd de maatregel op 9 september 2021 opgeheven.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser aanspraak kon maken op schadevergoeding. Uit eerdere rechtspraak bleek dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was, waardoor nu alleen de periode daarna werd beoordeeld.
Eiser voerde aan dat er geen zicht was op overdracht naar Italië vanwege zijn weigering een coronatest te ondergaan en een opmerking van de Italiaanse liaisonofficier dat 'alles vol' zat. De rechtbank oordeelde dat de weigering van de coronatest een schending van de medewerkingsplicht vormde en dat de opmerking van de liaisonofficier betrekking had op een eerdere maatregel, niet op de huidige situatie.
De rechtbank concludeerde dat er geen onrechtmatigheid was in de voortzetting van de maatregel en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en er was geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.