ECLI:NL:RBDHA:2021:16911
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen bewaring wegens schending recht op rechtsbijstand bij vrijheidsontneming
Eiser werd op 15 november 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 29 november 2021 en constateerde dat eiser voorafgaand aan het gehoor niet adequaat is geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand.
Het proces-verbaal vermeldde wel dat de advocaat van eiser niet aanwezig kon zijn, maar gaf geen duidelijkheid dat eiser recht had op een advocaat tijdens het gehoor of dat hij kon wachten op diens aanwezigheid. Dit vormde een ernstig gebrek en schending van het recht op toevoeging van een raadsman bij vrijheidsontneming.
Gezien het ontbreken van zwaarwegende belangen aan de zijde van verweerder, oordeelde de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig was vanaf het begin. De maatregel werd per direct opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding van € 1.500,- toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 748,-.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens schending van het recht op rechtsbijstand en eiser krijgt een schadevergoeding van € 1.500,- toegekend.