ECLI:NL:RVS:2021:2300
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling vreemdeling wegens schending recht op advocaat
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 augustus 2021 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling voldoende duidelijk was geïnformeerd over zijn recht om te wachten op zijn advocaat tijdens het gehoor. De vreemdeling was zonder advocaat gehoord, terwijl de advocaat al was gewaarschuwd, en er was geen mededeling gedaan over het recht op toevoeging van een raadsman bij vrijheidsontneming.
De Raad van State kwalificeerde dit als een ernstig gebrek en vond dat er geen zwaarwegende belangen waren die dit konden rechtvaardigen. Hierdoor was de inbewaringstelling vanaf het begin onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de maatregel opgeheven en aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend. Tevens werden de proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.