ECLI:NL:RBDHA:2021:16943
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtmatig verblijf op grond van Unierecht voor Poolse nationaliteit
Eiser, een Poolse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat hij geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland op grond van de Richtlijn 2004/38 EG en het Vreemdelingenbesluit. De rechtbank heeft het beroep op 22 november 2021 behandeld en direct uitspraak gedaan.
De rechtbank overweegt dat eiser al meer dan drie maanden in Nederland verblijft, maar niet voldoet aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf: hij verricht geen arbeid, studeert niet, beschikt niet over middelen van bestaan, heeft geen ziektekostenverzekering en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij actief werk zoekt. Ook het ontbreken van een identiteitsbewijs en het niet aanvragen van sociale bijstand veranderen hier niets aan.
Verder is vastgesteld dat de belangenafweging van verweerder zorgvuldig is gemaakt, waarbij de belangen van de Nederlandse Staat zwaarder wegen dan die van eiser. Eiser heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, leidt een zwervend bestaan en heeft nauwe banden met Polen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser wordt vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf op grond van de EU-richtlijn en het Vreemdelingenbesluit.