ECLI:NL:RVS:2020:326
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verwijderingsmaatregel en belangenafweging vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De vreemdeling betwistte het besluit van de staatssecretaris waarin werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan meer heeft en dat een verwijderingsmaatregel gerechtvaardigd is. Na eerdere vernietiging van een besluit en hernieuwde beoordeling, verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De vreemdeling voerde aan dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd en dat hij ten onrechte niet opnieuw was gehoord.
De Afdeling oordeelde dat het verblijfsrecht van de vreemdeling terecht was beëindigd omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden, zoals het ontbreken van werk en het veroorzaken van overlast. De staatssecretaris had een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij persoonlijke omstandigheden waren betrokken. De vermeende schending van de hoorplicht werd als niet benadelend beoordeeld omdat de vreemdeling alsnog zijn standpunten kon toelichten.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee blijft het besluit tot verwijdering in stand, met inachtneming van de juiste procedurele en materiële toetsing.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verwijderingsbesluit blijft in stand.