Eiser, van Colombiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na bedreigingen en een beschieting die hij toeschrijft aan leden van de ELN. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de vrees van eiser en tegenstrijdigheden in zijn relaas.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de problemen met de ELN en de daaruit voortvloeiende vrees ongeloofwaardig zouden zijn. Het politierapport bevestigt een verband tussen de bedreigingen, de aanslag en de ELN, wat verweerder niet adequaat heeft weerlegd.
Ook de tegenwerping dat eiser niet onverwijld asiel heeft aangevraagd en vermeende tegenstrijdigheden zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.