ECLI:NL:RBDHA:2021:16982

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2021
Publicatiedatum
26 augustus 2022
Zaaknummer
NL21.18931
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 30a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijk verklaring opvolgende asielaanvraag

Verzoeker heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk is verklaard omdat er geen nieuwe relevante elementen zijn aangevoerd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat het beroep naar de meervoudige kamer is verwezen en dat de rechtbank daardoor niet binnen afzienbare tijd uitspraak kan doen. Gezien het belang van verzoeker om in Nederland te blijven totdat het beroep is beslist, weegt dit zwaarder dan het belang van de verweerder bij handhaving van het besluit.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en werd bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bestreden besluit is geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.18931
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.W. Eikelboom), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het beroep is op 15 december 2021 doorverwezen naar de meervoudige kamer.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De opvolgende asielaanvraag van verzoeker is afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De reden hiervoor is dat verzoeker een opvolgende asielaanvraag heeft ingediend waaraan door hem geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag zijn gelegd of waarin geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
3. Omdat het beroep is doorverwezen naar de meervoudige kamer, kan de rechtbank niet binnen afzienbare tijd uitspraak doen op het beroep. Verzoeker heeft er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit belang van verzoeker zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij
onverkorte handhaving van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
16 december 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. G.P. Loman E. Kersten
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.