ECLI:NL:RBDHA:2021:17006
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening inzake overdracht vreemdeling
Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen overdracht naar Italië en verzocht om een voorlopige voorziening om deze overdracht te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist. De vlucht van verzoeker werd geannuleerd omdat hij weigerde mee te werken aan een vereiste Covid-test. Hierdoor trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter overwoog dat de annulering van de vlucht niet als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb kan worden gezien, omdat de wijziging van het besluit voortkomt uit veranderde omstandigheden, namelijk de weigering van verzoeker om de Covid-test te ondergaan. Hierdoor is geen reden om de verweerder te veroordelen tot proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond. De uitspraak is zonder zitting gedaan en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de vlucht werd geannuleerd vanwege veranderde omstandigheden, waardoor geen sprake is van tegemoetkomen.