Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was op 10 november 2021 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of eiser recht heeft op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring.
Eiser stelde dat de rechtbank ambtshalve de rechtmatigheid van de bewaring en eventuele verlenging daarvan moet toetsen, verwijzend naar een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en een prejudiciële vraag van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank constateerde echter dat nog niet vaststaat of het Unierecht een dergelijke ambtshalve toetsing verplicht stelt en hanteert daarom een lijn waarbij alleen bij overduidelijke onrechtmatigheid een oordeel wordt gegeven.
In deze zaak bleek geen sprake van onrechtmatigheid van de maatregel. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.