ECLI:NL:RBDHA:2021:17012
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening wegens geen rechtmatig verblijf op grond van Unierecht
Eiser, een 28-jarige Poolse nationaliteit, verblijft sinds 2016 in Nederland en heeft in het verleden gewerkt via een uitzendbureau. Na een periode zonder werkzaamheden sinds de eerste helft van 2020, heeft de Staatssecretaris vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit besluit werd gevolgd door een ongegrondverklaring van het bezwaar van eiser.
Eiser voerde aan dat zijn werkloosheid samenhangt met de coronacrisis en dat hij een reële kans op arbeid heeft. Tevens stelde hij dat hij in Nederland een beschermenswaardig privéleven heeft opgebouwd en dat de belangenafweging ten onrechte in zijn nadeel is uitgevallen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij economisch actief is of over voldoende middelen beschikt en dat de belangenafweging door verweerder redelijk is gemaakt.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan op 3 december 2021 in Utrecht door de voorzieningenrechter J.H. Lange.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.