ECLI:NL:RBDHA:2021:17039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen dwangsombesluit
Verzoekster was in beroep gegaan tegen het niet toekennen van een dwangsom door verweerder. Nadat verweerder alsnog een dwangsombesluit had genomen, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Verweerder stelde dat geen proceskosten verschuldigd waren omdat de rechtbank onbevoegd zou zijn om te oordelen over het beroep niet tijdig beslissen, verwijzend naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep betrekking had op een reëel besluit en dat zij wel bevoegd was om hierover te oordelen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de verschuldigde dwangsom niet tijdig had vastgesteld en dat het intrekken van het beroep niet uitsluit dat proceskosten betaald moeten worden. Daarom wees de rechtbank het verzoek toe en legde de proceskosten vast op € 748,-, welke verweerder aan verzoekster moet betalen.
Uitkomst: Verweerder is veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan verzoekster.