Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Indiase nationaliteit, werd op 18 november 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 2 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het voorhanden zijn van een geldig Belgisch verblijfsdocument en het belang van de openbare orde. Eiser betwistte deze grondslag niet, maar stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij zijn overdracht naar België.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op 22 november 2021 al een vertrekgesprek met eiser had gevoerd en op 25 november 2021 concrete stappen had ondernomen om de verwijdering naar België te effectueren. Dit werd als voldoende voortvarend beschouwd.
Eiser voerde aan dat een lichter middel dan bewaring passend was, omdat hij zelf had aangegeven Nederland te willen verlaten en zijn Belgische verblijfsdocument in bezit van verweerder was. De rechtbank stelde echter vast dat eiser eerder geen gevolg had gegeven aan een terugkeeraanzegging en geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had, waardoor het risico op onttrekking bestond.
Hierdoor was een lichter middel niet aangewezen en werd het verzoek om schadevergoeding eveneens afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.