ECLI:NL:RBDHA:2021:17072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen eigen bijdrage opvang asielzoeker wegens vermogen boven grens
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verplicht een eigen bijdrage van €5.850 te betalen voor opvang in een asielzoekerscentrum over juni 2020, omdat zijn vermogen boven de vermogensgrens lag. Eiser stelde dat de dwangsommen die hij van de IND ontving wegens niet tijdig beslissen niet als vermogen mogen worden aangemerkt, omdat deze een immateriële schadevergoeding zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat dwangsommen niet als immateriële schadevergoeding kunnen worden beschouwd, maar een financiële prikkel zijn voor bestuursorganen om tijdig besluiten te nemen. Eiser voerde verder aan dat de berekening van de eigen bijdrage onjuist was door toepassing van de interingsnorm 1,5 en dat de bijdrage onevenredig hoog was in vergelijking met bijstandsgerechtigden.
De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat het beleid rond de interingsnorm niet onredelijk is en dat de situatie van asielzoekers niet vergelijkbaar is met die van bijstandsgerechtigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de eigen bijdrage voor opvang is ongegrond verklaard.