ECLI:NL:RBDHA:2021:17129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een document dat haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat zij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd sinds een eerdere afwijzing. Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte niet alle bewijsstukken had meegewogen en dat overleg was gewenst om een paspoort te regelen.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro een nieuwe aanvraag alleen in behandeling kan worden genomen als er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. De rechtbank stelde vast dat eiseres haar identiteit en nationaliteit nog steeds niet aannemelijk had gemaakt, ondanks aanvullende stukken die pas in beroep waren overgelegd en die bovendien niet duidelijk maakten wat haar nationaliteit wel is.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om overleg niet leidde tot onzorgvuldigheid van het besluit, omdat het aan eiseres is om nieuwe feiten aan te dragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Hiermee staat vast dat eiseres haar identiteit en nationaliteit onvoldoende heeft aangetoond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.