Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een beginnend bestuurder, had zijn rijbewijs geschorst gekregen en moest een rijvaardigheidsonderzoek ondergaan vanwege twee onherroepelijke verkeersboetes binnen vijf jaar: het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg en het rijden met een snelheid van 143 km/u waar 100 km/u was toegestaan.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de schorsing, met name tegen de schorsing van zijn vrachtwagenrijbewijs (categorie BE en CE), omdat hij deze nodig heeft voor zijn vervoersbedrijf en geen overtredingen met die voertuigen had begaan. De rechtbank oordeelde dat de wet- en regelgeving geen ruimte laat om de schorsing te beperken tot alleen categorie B en dat het rijvaardigheidsonderzoek wordt uitgevoerd in het voertuig van de hoogste categorie waarvoor het rijbewijs is afgegeven.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het rijvaardigheidsonderzoek en de schorsing een bestuurlijke maatregel zijn gericht op verkeersveiligheid en geen strafrechtelijke sanctie vormen. De vergelijking met het alcoholslotprogramma is niet van toepassing omdat het onderzoek een lichtere maatregel is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor verzoeker niet mag rijden totdat het onderzoek positief is afgerond. Ook werd het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een rijvaardigheidsonderzoek wordt afgewezen.