ECLI:NL:RBDHA:2021:17138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling bevestigd door rechtbank
Eiser werkte jarenlang als administratief medewerker en meldde zich ziek met diverse klachten. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV zijn Ziektewetuitkering omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met passend werk. Eiser maakte bezwaar en beroep tegen deze beslissing, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en zijn beperkingen onvoldoende werden erkend.
De rechtbank beoordeelde het medisch en arbeidskundig onderzoek, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, en concludeerde dat deze zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld. De beperkingen van eiser waren adequaat vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), en de geduide functies pasten binnen zijn belastbaarheid.
Hoewel eiser zich niet herkende in de conclusies en zijn klachten ernstig achtte, oordeelde de rechtbank dat de objectieve medische beoordeling leidend is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering per 4 juni 2020 bleef in stand. Verweerder werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering per 4 juni 2020 wordt ongegrond verklaard.