ECLI:NL:RBDHA:2021:17307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse homoseksueel wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op represailles
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man die verklaart homoseksueel te zijn, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij in Nigeria vervolgd zou worden vanwege zijn seksuele geaardheid en vreesde represailles van mensenhandelaren waarvan hij eerder slachtoffer was. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas over homoseksualiteit en onvoldoende onderbouwing van het risico op represailles.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een telefonische tolk in Pidgin Engels niet leidde tot onzorgvuldigheid in het gehoor. De verklaringen van eiser over zijn seksuele geaardheid en relatie waren summier, vaag en tegenstrijdig, waardoor de rechtbank de geloofwaardigheid ervan niet kon erkennen. Ook de politie-oproep wegens verdenking van homoseksualiteit werd door een deskundige als waarschijnlijk niet authentiek beoordeeld.
Ten aanzien van de vrees voor mensenhandelaren concludeerde de rechtbank dat het ambtsbericht en rapporten onvoldoende eenduidige informatie bevatten over represailles. Hoewel het risico niet kon worden uitgesloten, bood het relaas van eiser geen concrete aanknopingspunten. Zijn verklaringen waren algemeen en onvoldoende onderbouwd, en de aangifte tegen mensenhandelaren was geseponeerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor represailles.