ECLI:NL:RVS:2020:636
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs familierelatie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 december 2016 een aanvraag af om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen aan een vreemdeling die verblijf zocht bij zijn vermeende echtgenote, een referent met een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris baseerde zijn besluit op de conclusie van Bureau Documenten dat de overgelegde Eritrese huwelijksakten vals of niet echt waren.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris niet voldoende had voldaan aan zijn vergewisplicht, met name omdat de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten onvoldoende was toegelicht en de staatssecretaris niet had onderzocht hoe Bureau Documenten tot haar conclusies was gekomen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de vergewisplicht op de staatssecretaris rust en dat hij nader onderzoek had moeten verrichten naar de totstandkoming van de conclusies van Bureau Documenten, mede vanwege de gemotiveerde betwisting door de vreemdeling. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De staatssecretaris heeft na het vonnis aanvullende informatie van Bureau Documenten overgelegd, waarin de deskundigheid en methoden van Bureau Documenten worden toegelicht en waarin wordt ingegaan op het rapport Schröder. De Afdeling concludeert dat Bureau Documenten rekening houdt met de verschillende kerkelijke formaten in Eritrea en dat de verklaring van onderzoek gefundeerd is.
De Afdeling laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.