ECLI:NL:RBDHA:2021:1760
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor paardenbak en paardenweide in strijd met bestemmingsplan
Verzoeker is eigenaar van een perceel waarop een paardenbak en paddock zijn gerealiseerd buiten het bouwvlak, in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2012'. Het college van burgemeester en wethouders van Lisse legde een last onder dwangsom op om deze overtredingen te beëindigen.
Verzoeker betwistte de last, onder meer omdat onduidelijk was wat precies onder de last viel en omdat hij een vergunning voor een paardenstal bezit uit 2005. De voorzieningenrechter oordeelde dat het berijden van paarden niet aannemelijk was en dat het houden van paarden binnen de stal is toegestaan, maar het gebruik van omliggende terreinen voor paarden niet zonder meer is gedekt door de vergunning.
De last onder dwangsom was onvoldoende duidelijk geformuleerd, met name over de paddock en afrasteringen, wat in strijd is met het rechtszekerheids- en motiveringsbeginsel. Tevens moet het college nader onderzoek doen naar het overgangsrecht en het dierenwelzijnsbelang.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het handhavingsbesluit wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.