ECLI:NL:RBDHA:2021:1996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale gevolgen afkoop pensioen in eigen beheer en niet-ontvangen pensioenuitkering
Eiser en zijn broer hielden elk 50% van de aandelen in een vennootschap met pensioenvoorzieningen. Na verkoop van aandelen en afkoop van de pensioenaanspraak in 2017, werd loon uit vroegere dienstbetrekking vastgesteld en loonheffingen ingehouden. De vennootschap beschikte echter niet over voldoende middelen om het netto-pensioen volledig uit te keren, waardoor een deel van het pensioen niet werd ontvangen.
Eiser stelde dat dit niet-ontvangen deel in mindering gebracht had moeten worden op het belastbaar inkomen uit werk en woning, stellende dat dit negatief loon betrof. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat de aanspraak op het moment van afkoop volledig was genoten en dat de vordering op de vennootschap na dat moment losstaat van de loonsfeer. Er is geen wettelijke grondslag voor negatief pensioeninkomen.
Subsidiair stelde eiser dat de vordering afgewaardeerd had moeten worden ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat de waarde van de vordering nihil was, waardoor afwaardering niet aan de orde was. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.