ECLI:NL:RBDHA:2021:2008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing na afkoop pensioen in eigen beheer en niet-ontvangen pensioenuitkering
Eiser en zijn broer hielden elk 50% van de aandelen in een BV met pensioenvoorzieningen. Na verkoop van aandelen en afkoop van de pensioenaanspraak in 2017, werd loon uit vroegere dienstbetrekking vastgesteld en loonheffingen ingehouden. De BV beschikte echter niet over voldoende middelen om het netto-pensioen volledig uit te keren, waardoor een deel van het pensioen niet werd ontvangen.
Eiser stelde dat het niet-ontvangen pensioen in mindering moest worden gebracht op het belastbaar inkomen uit werk en woning, maar de rechtbank oordeelde dat volgens de wet het moment van loonheffing ligt bij de afkoop en dat het civielrechtelijke recht op de vordering losstaat van de fiscale loonheffing. Er is geen wettelijke grondslag om negatief pensioeninkomen of negatief loon fiscaal te verwerken.
Subsidiair stelde eiser dat de vordering afgewaardeerd moest worden ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden, maar ook dit werd afgewezen omdat de waarde van de vordering nihil was en afwaardering niet aan de orde was.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen terecht is opgelegd zonder correctie voor het niet-ontvangen pensioenbedrag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wordt bevestigd.