Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 2],eiseres,
[naam 3], eiser 2.
Rechtbank Den Haag
Drie eisers van Servische nationaliteit, behorend tot de Roma-gemeenschap, dienden afzonderlijke asielaanvragen in met als grond dat zij vanwege politiegeweld en discriminatie in Servië bescherming zochten. Eiser 1 stelde getuige te zijn geweest van een politie-incident waarbij een man werd mishandeld en gedood, waarna hij en zijn familie werden lastiggevallen. Eiseres voerde mishandeling door haar ex-partner en discriminatie aan.
De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond en legde aan twee eisers een inreisverbod op. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser 1 onvoldoende geloofwaardig waren, mede omdat hij geen bewijs kon leveren voor de dood van het slachtoffer en zijn verklaringen summier en niet specifiek waren. Ook de verklaringen van eiseres en eiser 2 waren onvoldoende gedetailleerd.
Verder stelde de rechtbank vast dat Servië in het algemeen als een veilig land van herkomst geldt en dat Roma niet systematisch worden blootgesteld aan mensenrechtenschendingen door de overheid. De door eisers overgelegde rapporten en het USDOS-rapport bevestigden dit.
De rechtbank concludeerde dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij persoonlijk bescherming behoefden en dat de afwijzing van de aanvragen als kennelijk ongegrond terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd.