Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
telkens pro forma), 22 december 2020 (
inhoudelijk) en 19 januari 2021 (
sluiting onderzoek).
Rechtbank Den Haag
Op 16 januari 2019 werd een baby in Waddinxveen gereanimeerd en later opgenomen in het ziekenhuis, waar hij op 17 januari overleed. De verdachte, de vader van het kind, werd beschuldigd van het schudden van zijn zoontje, wat leidde tot ernstig hersenletsel en de dood van het kind. Daarnaast werd hij beschuldigd van mishandeling van zijn ex-partner.
Medisch onderzoek toonde aan dat het letsel niet door medische oorzaken kon worden verklaard, maar door een niet-accidenteel trauma, namelijk het krachtig heen en weer schudden van de baby. De verdachte gaf toe het kind te hebben geschud uit paniek, maar wist dat dit gevaarlijk was. De rechtbank oordeelde dat hij voorwaardelijk opzet had, omdat hij de aanmerkelijke kans op de dood van zijn kind bewust heeft aanvaard.
De mishandeling van de ex-partner vond plaats op 7 april 2019, waarbij de verdachte haar bij de keel greep, tegen een aanrecht duwde en een asbak naar haar gooide, wat letsel veroorzaakte. De rechtbank achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 48 maanden op, rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid voor het tweede feit. Tevens werd een schadevergoeding van €20.000 toegekend aan de ex-partner wegens affectieschade, vermeerderd met wettelijke rente en met een gijzelingsmogelijkheid bij niet-betaling.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 19 januari 2021.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor doodslag op zijn baby en mishandeling van zijn ex-partner, met toekenning van schadevergoeding.