Uitspraak
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft overwogen' stelt artikel 28, vierde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv), gelezen in samenhang met het derde lid, wat betreft de motivering geen andere eis aan verweerder dan dat hij de reden voor het gebruik maken van een niet-beëdigde tolk uiterlijk in het besluit schriftelijk vastlegt en dat deze reden een van de in het derde lid vermelde redenen moet zijn. Verweerder heeft in het aanmeldgehoor aangegeven dat een registertolk is gebruikt. Bij het combinatiegehoor is gemeld dat gebruik is gemaakt van een niet registertolk in de taal Bambara omdat er geen registertolken in de taal Bambara beschikbaar zijn. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat in het verslag van het aanmeldgehoor Dublin een typefout is gemaakt, waardoor ten onrechte is aangegeven dat er gebruik was gemaakt van een registertolk. Verweerder heeft bij het aanmeldgehoor gebruik gemaakt van dezelfde niet-register tolk als tijdens het combinatiegehoor aangezien er geen registertolken in de taal Bambara beschikbaar zijn. Dit heeft verweerder bij het combinatiegehoor ook aangegeven en is in het verslag van het combinatiegehoor opgenomen. Hiermee heeft verweerder aan de voornoemde motiveringseis voldaan. Daar komt bij dat eiser aan het eind van de gehoren heeft aangegeven dat hij geen op- of aanmerkingen had over de werkwijze van de tolk en dat hij alles goed heeft kunnen verstaan en begrijpen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het gebruik van een niet-register tolk heeft geleid tot