ECLI:NL:RVS:2013:2224
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-naleving motiveringsvereiste Wbtv
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen bij besluit van 26 januari 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 28 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv). De vreemdeling stelde dat het besluit was genomen in strijd met het vierde lid van dit artikel, omdat de motivering voor het gebruik van een niet-beëdigde tolk niet tijdig schriftelijk was vastgelegd. De staatssecretaris had erkend dat een niet-beëdigde tolk was ingezet wegens het ontbreken van een beëdigde tolk in het register voor de Oromo taal, maar deze motivering werd pas in het verweerschrift gegeven en niet in het besluit zelf.
De Raad van State oordeelde dat deze late motivering niet voldoet aan de vereisten van artikel 28, vierde lid, Wbtv, dat voorschrijft dat afwijkingen schriftelijk en met redenen omkleed in het besluit moeten worden vastgelegd. Hierdoor was het besluit ondeugdelijk gemotiveerd en moest het worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte en tijdige motivering bij het gebruik van niet-beëdigde tolken in vreemdelingenprocedures, ter waarborging van de rechtsbescherming en transparantie.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens niet-tijdige schriftelijke motivering van het gebruik van een niet-beëdigde tolk.