ECLI:NL:RBDHA:2021:2349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens ernstig nadeel door verstandelijke handicap
De rechtbank Den Haag behandelde op 4 maart 2021 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met een verstandelijke handicap. De cliënt verbleef vrijwillig in een instelling maar wilde verhuizen naar een andere accommodatie met eigen woning en 24-uurs begeleiding. De advocaat van de cliënt pleitte afwijzing van het verzoek, stellende dat vrijwillige opname mogelijk was en dat het ernstig nadeel mede voortkwam uit alcoholgebruik.
De AVG-arts en gedragswetenschapper gaven aan dat de cliënt kwetsbaar is, met een geschiedenis van trauma's en suïcidale uitspraken, en dat de huidige instelling bescherming en snelle interventie kan bieden. De intake voor traumabehandeling leidde tot een crisis en ontregeling, waardoor voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door het gedrag van de cliënt als gevolg van haar verstandelijke handicap, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling werd voor zes weken verleend, waarbij de cliënt zich tegen het verblijf verzette en vrijwillige opname niet mogelijk was.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.