ECLI:NL:RBDHA:2021:2394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Inkomen toeslagpartner en medebewoner correct meegenomen bij toeslagberekening
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn zorgtoeslag en huurtoeslag voor 2019, waarbij de Belastingdienst de inkomens van zijn toeslagpartner en medebewoner had betrokken. De rechtbank stelde vast dat eiser, zijn toeslagpartner en medebewoner gedurende de relevante periodes ingeschreven stonden op hetzelfde adres.
De Belastingdienst had de toeslagen herzien en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarbij de inkomens van de toeslagpartner en medebewoner waren meegenomen tot en met oktober 2019. De rechtbank oordeelde dat dit terecht was en dat de bij beslissing op bezwaar toegekende voorschotten eerder te hoog dan te laag waren vastgesteld.
Eiser voerde aan dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel vanwege terugvordering van teveel ontvangen toeslagen, maar de rechtbank vond dat deze kwestie nog niet aan de orde was omdat uitstel van betaling was verleend en invordering nog niet had plaatsgevonden.
De rechtbank constateerde dat de Belastingdienst het bezwaar onterecht ongegrond had verklaard terwijl de voorschotten waren herzien in het voordeel van eiser, en kende daarom een proceskostenvergoeding toe aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 21 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de inkomens van toeslagpartner en medebewoner zijn terecht meegenomen bij de toeslagberekening.