Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 11 oktober 2019 aangifte gedaan van mensenhandel, welke ambtshalve werd aangemerkt als aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als getuige-aangever of slachtoffer van mensenhandel. Het Openbaar Ministerie besloot op 22 oktober 2019 af te zien van strafrechtelijke opsporing en vervolging, waardoor niet voldaan werd aan de wettelijke voorwaarde voor het verlenen van de vergunning.
Eiseres stelde dat het strafrechtelijk onderzoek nog liep in Italië, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Ook werd haar slachtofferschap niet vastgesteld en volgde dit niet automatisch uit haar aangifte. De rechtbank verwierp de beroepsgrond dat de beslissing in strijd was met de Mensenhandelrichtlijnen en het arrest Rantsev, aangezien het OM de aangifte had beoordeeld en Nederland geen rechtsmacht had over de feiten die in Italië zouden zijn begaan.
Verder wees de rechtbank het argument af dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zou gelden bij de aanpak van mensenhandel in Italië, omdat dit onderwerp thuishoort in de Dublinprocedure waarbij eiseres aan Italië zal worden overgedragen. Er was geen aanwijzing dat de afwijzing van de aanvraag een schending van het EVRM opleverde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel is ongegrond verklaard.