ECLI:NL:RBDHA:2021:2423
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. E.E. Schotte, rechter in de rechtbank Den Haag, omdat zij meent dat de rechter vooringenomen is door stukken aan het dossier toe te voegen zonder onderzoek naar de rechtmatigheid van de gegevensverwerking.
De stukken waren ingebracht door de advocaat van het College van B&W van de gemeente Katwijk, mr. J. van Zanten, en de rechter heeft deze stukken toegevoegd aan het dossier. Verzoekster stelt dat hierdoor de schijn van partijdigheid ontstaat omdat de rechtbank kennelijk de rechtmatigheid van de stukken aanneemt zonder kritisch te zijn.
De wrakingskamer oordeelt dat het toevoegen van stukken aan het dossier een procedurele beslissing is die, behoudens bijzondere omstandigheden, geen grond voor wraking kan vormen. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in deze zaak geen sprake gebleken.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt het proces in de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet.