ECLI:NL:RBDHA:2021:2424
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een belastingzaak over het jaar 2016. Zij stelde dat de rechter onpartijdigheid miste door het aanhalen van een eerdere zaak uit 2015, het niet tijdig verstrekken van een proces-verbaal en het niet aannemen van bewijsstukken tijdens de zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat het aanhalen van een eerdere zaak gebruikelijk is en geen schijn van vooringenomenheid wekt. Het proces-verbaal werd als een zakelijke weergave van de zitting beschouwd en niet onjuist bevonden. Het niet aannemen van stukken was een procedurele beslissing zonder bijzondere omstandigheden die wraking rechtvaardigen.
De kamer concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.