ECLI:NL:RBDHA:2021:2733
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken aanhangig rechtsgeding
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.W.D. Bom, kantonrechter, omdat zij meende dat de rechter partijdig was en het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden. De wrakingskamer stelde vast dat er geen aanhangig rechtsgeding was, omdat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend en niet ter griffie was ingekomen. Hierdoor kon er geen sprake zijn van een behandelend rechter, wat een vereiste is voor wraking.
De wrakingskamer overwoog dat zelfs als er wel een aanhangig rechtsgeding zou zijn, de aangevoerde wrakingsgronden onvoldoende waren. Procesbeslissingen zoals het bepalen van een zittingsdatum vormen volgens vaste jurisprudentie geen grond voor wraking, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, die hier ontbraken. Ook het vermeende schenden van hoor en wederhoor door onjuiste adresgegevens werd niet als grond voor wraking erkend, omdat de oproep verzoekster wel degelijk had bereikt.
De wrakingskamer concludeerde dat de rechter niet partijdig was en dat de wraking ongegrond was. Verzoekster werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek en het proces werd voortgezet in de stand van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het ontbreken van een aanhangig rechtsgeding.