Uitspraak
,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot het bevelen van schuldeisers om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling (prognoseakkoord) waarbij preferente en concurrente schuldeisers respectievelijk 73,84% en 36,92% van hun vorderingen over 36 maanden ontvangen. De schuldeisers ING en Hoist hebben dit aanbod geweigerd, terwijl andere schuldeisers akkoord gingen.
De rechtbank stelt vast dat verzoekers een totale schuld van ruim €109.000 hebben, waarvan ING en Hoist samen 77,4% vertegenwoordigen. De weigering van ING en Hoist is gemotiveerd door het feit dat verzoekers een vermogensbestanddeel in het buitenland bezitten, namelijk een perceel in Suriname met vruchtgebruik ten gunste van de vader van verzoeker, waarvan de waarde nog onvoldoende is onderzocht. Ook is verzoekster momenteel niet werkzaam en ontvangt geen inkomen.
De rechtbank oordeelt dat het aangeboden akkoord niet het maximale haalbare is, omdat het onduidelijk is of het vermogensbestanddeel kan worden benut ten behoeve van schuldeisers. Een wettelijke schuldsaneringsregeling biedt meer waarborgen, onder meer door een strikte sollicitatieverplichting en professionele bewindvoering. Daarom is het redelijk dat ING en Hoist hun instemming onthouden. Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen, waarbij verzoekers het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling handhaven.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over het vermogensbestanddeel en het ontbreken van het maximaal haalbare aanbod.