ECLI:NL:RBDHA:2021:285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst Tunesië ondanks detentieomstandigheden
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij bij terugkeer een langdurige gevangenisstraf van negen jaar wacht en dat de detentieomstandigheden in Tunesische gevangenissen slecht zijn. Hij betwistte dat Tunesië voor hem een veilig land van herkomst is, mede omdat de herbeoordeling van 2020 volgens hem onvoldoende rekening houdt met de detentieomstandigheden.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van het veilig land van herkomst beginsel, waarbij werd overwogen dat Tunesië algemeen als veilig wordt beschouwd en dat strafrechtelijke vervolging wegens een gewoon delict geen grond voor bescherming biedt. De rechtbank bevestigt dat de detentieomstandigheden weliswaar zorgelijk zijn, maar dat dit niet leidt tot het oordeel dat Tunesië voor eiser niet veilig is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan zijn samenwerkingsverplichting heeft voldaan en dat de herbeoordeling van 2020 adequaat is, mede omdat deze is gebaseerd op recente rapporten die ook de detentieomstandigheden beschrijven. Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt dat de situatie wezenlijk is verslechterd. Zijn aanvullingen tijdens het nader gehoor zijn niet overtuigend en hij heeft geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die een afwijking van het rechtsvermoeden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens het veilig land van herkomst beginsel.