Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
[naam],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Oekraïense burger, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar geregistreerd partner af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het niet voldoen aan het middelenvereiste en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres voerde aan dat haar partner een groot deel van zijn belastingschuld had afgelost en dat zij het familieleven in Oekraïne niet kon uitoefenen vanwege onveiligheid in het oosten van Oekraïne.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar dochter familie- en gezinsleven hebben met eiseres en haar partner, maar dat de partner niet voldeed aan het middelenvereiste vanwege een aanzienlijke resterende belastingschuld. De door eiseres overgelegde betalingsbewijzen werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd. Daarnaast was er geen objectieve belemmering om het familieleven in Oekraïne uit te oefenen, aangezien er veilige gebieden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de belangenafweging op juiste wijze had gemaakt en dat het besluit niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Ook werd geen onbillijkheid van overwegende aard vastgesteld die vrijstelling van het mvv-vereiste zou rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard vanwege niet voldoen aan het middelenvereiste en het ontbreken van een geldige mvv.