ECLI:NL:RBDHA:2021:2975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter onbevoegd bij beroep tegen vaststelling hoogte rechterlijke dwangsom in asielprocedure
Eiseres heeft op 20 september 2018 een asielaanvraag ingediend en op 5 november 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. De rechtbank ’s Hertogenbosch heeft op 16 december 2019 het beroep gegrond verklaard en een dwangsom opgelegd voor elke dag dat verweerder niet zou beslissen.
Verweerder heeft op 29 juli 2020 een beslissing genomen en de hoogte van de verbeurde dwangsom vastgesteld op € 4.500,-. Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat de volledige dwangsom van € 15.000,- verschuldigd is. Het beroep richt zich tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat de vaststelling van de hoogte van de dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is, maar een privaatrechtelijke vordering die volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet worden afgedwongen. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de hoogte van de rechterlijke dwangsom.