ECLI:NL:RBDHA:2021:2977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter onbevoegd bij beroep tegen vaststelling hoogte rechterlijke dwangsom
Eiser vroeg op 1 mei 2019 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan. Na uitblijven van een beslissing stelde eiser een ingebrekestelling en vervolgens beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde een dwangsom op voor het niet tijdig beslissen.
Verweerder stelde in het bestreden besluit dat er geen dwangsom was verbeurd in de periode van 16 maart tot 19 juli 2020 vanwege overmacht door coronamaatregelen. Eiser betwistte dit en stelde dat vanaf 17 april 2020 telehoren plaatsvonden, waardoor geen sprake meer was van overmacht.
De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van de hoogte van de dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en daarom geen besluit in de zin van de Awb. Hierdoor is de bestuursrechter onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en moet eiser zich tot de burgerlijke rechter wenden.
Een verzoek tot aanhouding van het beroep in afwachting van een andere uitspraak werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de hoogte van de rechterlijke dwangsom.