ECLI:NL:RBDHA:2021:305

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2021
Publicatiedatum
20 januari 2021
Zaaknummer
NL20.15063
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 28 Vw
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij niet tijdig beslissen asielaanvraag door verlenging beslistermijn

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 17 december 2019. De beslistermijn van zes maanden is door verweerder met zes maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, een verlenging die door de rechtbank als rechtmatig wordt beoordeeld.

De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die op 11 juli 2020 in werking trad, is van toepassing omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor wordt het niet tijdig beslissen niet gelijkgesteld met een besluit waartegen beroep mogelijk is. Dit leidt ertoe dat de bestuursrechter zich onbevoegd verklaart om van het beroep kennis te nemen.

De rechtbank wijst ook op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 december 2020, die deze rechtmatigheid bevestigt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens rechtmatige verlenging van de beslistermijn en toepassing van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.15063
uitspraak van de enkelvoudige kamer als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet
bestuursrecht in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 5 augustus 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 17 december 2019 tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.
Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
Op grond van artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (hierna: de Tijdelijke wet) – voor zover hier van belang – is artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb niet van toepassing op besluiten op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw.
Op grond van artikel 3 van Pro de Tijdelijke wet – voor zover hier van belang – blijft artikel 1 buiten Pro toepassing indien verweerder vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw 2000 en hij vóór die datum van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb heeft ontvangen.
2. Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 17 december 2019. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw, moest verweerder binnen zes maanden op die aanvraag beslissen. Verweerder heeft de beslistermijn echter met zes maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw (WBV 2020/12, Stcrt. 2020, nr. 26964). Anders dan eiser betoogt, is dit een rechtmatige verlenging. Daarbij wijst de rechtbank op de uitspraak van 16 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:3020) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor eiser betekent dit dat de beslistermijn op 17 december 2020 is verstreken.
3. De Tijdelijke wet is op 11 juli 2020 in werking getreden. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Daarom is artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet van toepassing. Dat betekent dat het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser niet kan worden gelijkgesteld met een besluit waartegen bij de bestuursrechter beroep kan worden ingesteld.
4. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Groeneveld, griffier.
De uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.