ECLI:NL:RBDHA:2021:3098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier verblijf bij echtgenoot wegens ontbreken MVV en onvoldoende uitzonderingen
Eiseres, van Pakistaanse nationaliteit, heeft sinds 2010 in Nederland verbleven zonder verblijfsvergunning en verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar echtgenoot. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (MVV). Verweerder stelde dat zij niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van de MVV-eis op grond van artikel 8 EVRM Pro of de hardheidsclausule.
Eiseres voerde aan dat zij niet bekend was met het inreisverbod en dat haar echtgenoot vanwege medische klachten volledig van haar zorg afhankelijk is. Tevens stelde zij dat terugkeer naar Pakistan onveilig is vanwege politieke vervolging. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de belangenafweging maakte waarbij het ontbreken van rechtmatig verblijf en onvoldoende onderbouwing van medische en asielgerelateerde omstandigheden leidde tot afwijzing.
De rechtbank verwierp ook het beroep op schending van de hoorplicht en het argument dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn. De belangenafweging van verweerder was voldoende gemotiveerd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van geldige MVV en onvoldoende uitzonderingen.