Uitspraak
Datum uitspraak: 29 maart 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De vreemdeling, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij haar dochter, de referent, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling geen gezinslid is zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de Gezinsherenigingsrichtlijn van toepassing is op de aanvraag, maar dat de vreemdeling als ouder van een meerderjarige gezinshereniger geen recht kan ontlenen aan de facultatieve bepalingen van de richtlijn, omdat deze niet door Nederland zijn geïmplementeerd. De staatssecretaris mocht de vreemdeling daarom naar de reguliere procedure verwijzen.
Wel heeft de staatssecretaris zijn informatieplicht geschonden door onvoldoende te informeren over de gevolgen van de afwijzing en de vervolgstappen in de reguliere procedure. De Afdeling vernietigt het besluit van 26 juni 2015 en het vonnis van de rechtbank en beveelt vergoeding van de proceskosten. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens schending van de informatieplicht en onjuiste toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn.