ECLI:NL:RBDHA:2021:3225

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2021
Publicatiedatum
2 april 2021
Zaaknummer
NL21.2480
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 17 DublinverordeningOpvangrichtlijnTarakhel-arrest
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank overweegt dat er sprake is van een fictief claimakkoord en dat de Italiaanse autoriteiten het verzoek van eiser conform Europese richtlijnen zullen behandelen. De door eiser aangevoerde rapporten en omstandigheden, waaronder het Salvini-decreet, bieden geen aanleiding om te twijfelen aan de opvang in Italië.

Verder is niet gebleken dat eiser een kwetsbare asielzoeker is zoals bedoeld in het Tarakhel-arrest. Ook de verwijzing naar eerdere onwil van Italië en de Corona-pandemie leiden niet tot twijfel over de naleving van verplichtingen door Italië.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.2480
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zande).

Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2021. Eiser en gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.
2. Er is sprake van een fictief claimakkoord op grond waarvan moet worden aangenomen dat de Italiaanse autoriteiten het asielverzoek van eiser in behandeling zullen nemen overeenkomstig de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.
3. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat eiser geen algemene of persoonlijke feiten of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan er in het geval van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De door eiser genoemde rapporten van AIDA van 16 april 2019 en SFH van mei 2019 en hetgeen eiser stelt over de gevolgen van het Salvini-decreet zijn reeds betrokken in eerdere rechtspraak over de positie van Dublinclaimanten in Italië. Een en ander vormt geen aanleiding voor de veronderstelling dat aan eiser bij terugkeer in Italië geen toereikende opvang zal worden geboden.
4. Niet is gebleken dat eiser valt aan te merken als een kwetsbare asielzoeker in de zin van het Tarakhel-arrest. Immers niet is gebleken dat eiser een bijzondere opvangbehoefte heeft.
5. De verwijzing naar eerdere onwil van Italië om schepen met asielzoekers toe te laten leidt niet tot twijfel over de vraag of Italië haar verplichtingen jegens eiser als Dublinclaimant zal nakomen.
6. Het New Pact on Migration and Asylum van de Europese Commissie raakt niet aan de vraag naar het onverplicht in behandeling nemen van een individueel asielverzoek op grond van bijzondere individuele redenen, zoals voorzien in artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
7. Eiser heeft ten slotte gewezen op de Corona-pandemie, maar daarbij geen feiten of omstandigheden gestelde op grond waarvan twijfel rijst of Italië zijn verplichtingen jegens eiser als Dublinclaimant zal nakomen. De omstandigheid dat eiser als gevolg van de Corona-pandemie niet kan worden overgedragen aan Italië is van tijdelijke feitelijke aard en doet niet af aan de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.X. Scholten, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.