ECLI:NL:RBDHA:2021:3310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is hem een inreisverbod van twee jaar opgelegd en is hij opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en een nieuw asielmotief aangevoerd. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening aangehouden om het nieuwe asielmotief te laten beoordelen. Vervolgens heeft de staatssecretaris een aanvullend besluit genomen waarop het beroep mede is gericht.
De zitting vond plaats via beeldverbinding waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, terwijl de verweerder niet verscheen. De rechtbank heeft op het beroep uitspraak gedaan in een gerelateerde procedure (NL21.515). Omdat op het beroep is beslist, is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste voor voorlopige voorzieningen, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist.