ECLI:NL:RBDHA:2021:3404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag wegens openstaande strafzaak en eerdere justitiële antecedenten
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor de functie van zorgdienstverlener, welke door de minister voor Rechtsbescherming is afgewezen op grond van een openstaande strafzaak en eerdere justitiële antecedenten. De rechtbank overweegt dat het objectieve criterium is voldaan en het geschil zich richt op het subjectieve criterium, waarbij eiseres stelt dat het belang van de samenleving niet zwaarder zou moeten wegen dan haar belang bij de VOG.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht rekening heeft gehouden met de openstaande strafzaak, ondanks dat deze nog niet is beoordeeld door de rechter, en met eerdere veroordelingen buiten de terugkijktermijn. De ernst van het strafbare feit, waaronder diefstal met geweldpleging en het gebruik van valse politielegitimatie, weegt zwaar mee.
Hoewel eiseres persoonlijke omstandigheden en het belang van haar werk benadrukt, concludeert de rechtbank dat de minister het belang van de samenleving terecht zwaarder heeft gewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard.