ECLI:NL:RBDHA:2021:3410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde stortingen op bankrekening
Eiseres ontving vanaf mei 2014 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Verweerder startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering nadat melding was gemaakt van samenwoning. Uit bankafschriften, deels rechtstreeks bij de bank opgevraagd, bleek dat er contante stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van eiseres plaatsvonden die zij niet had gemeld.
Verweerder herzag de bijstandsuitkering over de periode juni 2014 tot augustus 2019 en vorderde een bedrag van €26.655,05 terug. Eiseres stelde dat de stortingen afkomstig waren van haar partner die haar rekening gebruikte voor gokactiviteiten en dat zij hier geen voordeel van had. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat de stortingen niet tot haar inkomen konden worden gerekend.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar wettelijke meldingsplicht had geschonden en dat verweerder daarom terecht de bijstand had herzien en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiseres bescherming geniet van de beslagvrije voet bij invordering en dat geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen waren aangetoond.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde stortingen wordt ongegrond verklaard.