ECLI:NL:RBDHA:2021:3424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen kennelijk niet-ontvankelijk verklaring bijstand Woonkostentoeslag
Eiser ontving leenbijstand voor de periode januari tot april 2018 en maakte bezwaar tegen het primair besluit dat hem een nabetaling van € 80,- toekende. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift wel degelijk een concrete bezwaargrond bevatte, namelijk een betwisting van de berekeningswijze en een hogere nabetaling van € 276,-.
De rechtbank stelde vast dat aan het vereiste van gronden geen hoge eisen worden gesteld en dat een summiere motivering voldoende kan zijn. Omdat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard, werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank gaf verweerder zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd eiser vrijgesteld van griffierecht en kreeg hij een proceskostenvergoeding van € 25,- voor reiskosten. De bestuurlijke lus werd niet toegepast omdat de procedure alleen over ontvankelijkheid ging. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 18 maart 2021.
Uitkomst: Het bezwaar is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.