ECLI:NL:CRVB:2018:3988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken concrete beroepsgronden en termijnoverschrijding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij het recht op kinderbijslag werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen concrete gronden bevatte en deze niet binnen de gestelde termijn waren ingediend, noch was er tijdig om uitstel verzocht.
De rechtbank had appellant uitgenodigd om alsnog binnen vier weken de beroepsgronden in te dienen, maar deze reactie kwam te laat en bevatte geen gronden. Appellant en zijn gemachtigde verschenen niet ter zitting en gaven geen toelichting op het verzuim.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om uitstel van de zitting had afgewezen en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De Raad oordeelde dat het beroepschrift concreet gemotiveerd moet zijn en dat het niet voldoen aan deze eis, na een mogelijkheid tot herstel, leidt tot niet-ontvankelijkheid.
De Raad vond geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete beroepsgronden en het niet tijdig indienen daarvan zonder verzoek om uitstel.