Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de minister van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 24 maart 2017 elf inzageverzoeken ingediend bij de minister van Defensie op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (WIV) met betrekking tot diverse historische en veiligheidsgevoelige onderwerpen. De minister heeft deze verzoeken aanvankelijk afgewezen wegens vermeend misbruik van recht, maar na advies van de commissie advisering bezwaarschriften Defensie en bezwaar van eiser is een deel van de besluiten herroepen en zijn nadere zoekslagen verricht.
Eiser was ontevreden over de volledigheid van de verstrekte informatie en stelde meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder het ontbreken van inventarislijsten en het niet verstrekken van bepaalde documenten of samenvattingen. De rechtbank heeft de motieven van verweerder en de adviezen van de commissie zorgvuldig gewogen en geoordeeld dat de zoekslagen adequaat waren en dat het ontbreken van een inventarislijst geen grond is voor vernietiging van de besluiten.
Specifieke verzoeken van eiser, zoals doorgeleiding van inzageverzoeken aan andere bestuursorganen en verstrekking van documenten over bepaalde onderwerpen, zijn niet gehonoreerd omdat deze verzoeken te laat of niet onder de WIV vallen. De rechtbank concludeert dat de beroepen ongegrond zijn en dat de besluiten van de minister van Defensie rechtmatig zijn genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de besluiten van de minister van Defensie.