ECLI:NL:RVS:2022:3028
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- E. Helder
- C.J. Borman
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Raad van State wijst hoger beroep af en beveelt nieuwe zoekslag in Wiv-verzoeken tegen minister van Defensie
De zaak betreft hoger beroep van appellant tegen besluiten van de minister van Defensie die verzoeken om informatie op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) deels toewijst en deels afwijst. De minister weigerde gegevens die betrekking hebben op actuele kennis van de MIVD en verstrekte slechts gedeeltelijk niet-actuele documenten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat de minister een inventarislijst van verstrekte documenten had moeten overleggen en dat de zoekslag naar documenten onvoldoende was geweest. De Raad van State oordeelde dat de Wiv 2017 geen verplichting tot een inventarislijst kent, maar dat het zorgvuldigheidsbeginsel onder omstandigheden inzicht kan vereisen. In dit geval was voldoende inzicht gegeven, zodat geen inventarislijst nodig was.
Wel stelde de Raad van State vast dat de minister niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan omdat hij archiefdozen slechts op trefwoorden had onderzocht en niet inhoudelijk. De minister beschikte over meer documenten dan gevonden. Daarom beveelt de Raad van State een nieuwe zoekslag met nadere beperking en suggesties van appellant.
Verder oordeelde de Raad dat het weigeren van actuele gegevens en persoonsgegevens op grond van de Wiv 2017 terecht was, ook het verzoek om proces-verbaal van de Rijksrecherche kon niet worden ingewilligd vanwege persoonsgegevensbescherming. De minister moet binnen zestien weken rapporteren over de nieuwe zoekslag en eventuele nieuwe besluiten bekendmaken.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldigheid bij informatieverzoeken onder de Wiv 2017, met een balans tussen transparantie en bescherming van nationale veiligheid en privacy.
Uitkomst: De Raad van State wijst het hoger beroep af, maar beveelt de minister een nieuwe zoekslag te verrichten en binnen zestien weken te rapporteren.