ECLI:NL:RBDHA:2021:3529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag doelgroepverklaring loonkostenvoordeel wegens te late indiening
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel voor een werkneemster die op 17 juni 2019 in dienst trad. De aanvraag werd pas op 11 oktober 2019 ingediend, wat later is dan de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na indiensttreding. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres stelt dat verweerder toezeggingen had gedaan over begeleiding en het regelen van subsidies, waardoor zij een beroep deed op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat de wetgever geen afwijking van de termijn van drie maanden toestaat en dat de aanvraag daarom terecht is afgewezen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er toezeggingen zijn gedaan door verweerder. Daarnaast rust de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij eiseres en de werkneemster zelf.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman op 26 maart 2021.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag doelgroepverklaring wegens te late indiening.