Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam 1], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 3 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres, Mahmut en Hacel niet-ontvankelijk verklaard. De asielaanvraag van Hannenur is door verweerder in hetzelfde besluit afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
Sippenhaft [7] is geen nieuw element, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het van toepassing is op eisers persoonlijk. Uit het USDOS-rapport Turkije 2018 [8] blijkt dat tijdens de couppoging
travel banswerden ingezet om druk op familieleden te zetten, maar dat deze inmiddels alweer zijn opgeheven. Verweerder stelt dat het door eisers gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel niet opgaat omdat in de door eisers aangehaalde zaak sprake was een geloofwaardig geacht eigen asielrelaas en dat ontbreekt hier.
Sippenhaft, USDOS-rapport Turkije 2018, Algemeen Ambtsbericht Turkije van oktober 2019 en het Memorandum [10] een begin van bewijs hebben geleverd dat zij als familielid van een verdachte van de Turkse Hizbollah risico lopen op schending van artikel 3 van Pro het EVRM. In deze uitspraak is overwogen dat uit het Algemene Ambtsbericht blijkt dat
Sippenhaftmogelijk is (ro 5.2), en dat het niet relevant is dat de Hizbollah inmiddels het gebruik van geweld heeft afgezworen (ro 5.3).
Sippenhaftniet over eisers persoonlijk gaat en dat uit het USDOS-rapport blijkt dat de
entry bansweer zijn opgeheven. Daarmee heeft verweerder niet conform de uitspraak van 3 maart 2020 gehandeld. Verweerder had gelet op de uitspraak zelf met externe geloofwaardigheidsindicatoren moeten komen en heeft niet kunnen volstaan met het (wederom) betwisten van de door eisers overgelegde bronnen. De verwijzing naar het voornemen van 19 november 2019 miskent dat in de uitspraak van 3 maart 2020 daarover reeds is geoordeeld en dat dit oordeel heeft geleid tot een vernietiging van het besluit.