ECLI:NL:RBDHA:2021:3893
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Oostenrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank overweegt dat Oostenrijk deze verantwoordelijkheid heeft geaccepteerd via het claimakkoord van 3 februari 2021.
Eiser betoogt dat hij slechts kort in Oostenrijk verbleef en daarna vrijwillig naar Italië vertrok, waar hij samenwoont met zijn partner. Hij vreest overdracht naar Italië vanwege onmenselijke behandeling en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op Oostenrijk. Ook voert hij aan dat overdracht aan Oostenrijk onevenredige hardheid oplevert vanwege gezinsbanden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van de verantwoordelijkheid van Oostenrijk en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De stelling van onevenredige hardheid faalt, mede omdat de gezinsband niet voldoende is onderbouwd en de partnerproblemen in Italië kunnen worden aangekaart bij de autoriteiten daar.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.